Ga naar boven

De 10e Swaddekuier: loop mee op zaterdag 1 juli

›› Schrijf je nu in!

Genieten van de Noardlike Fryske Wâlden

›› Schrijf je nu in!

Nationaal Landschap

Een landschap om trots op te zijn. Dit geldt zeker voor het landschap waar u vandaag in wandeld. De overheid heeft het landschap van de Noordelijke Friese Wouden aangewezen als Nationaal Landschap.

Kleinschalig landschap

De Noordelijke Friese Wouden kenmerken zich door de besloten weilanden door bomen en struiken omzoomd met hier en daar verrassende doorkijkjes en wandelend door dit fraaie landschap wordt ook het grensgebied van Fryslân met Groningen verkend en in dit grensgebied treft u hetzelfde afwisselende landschap aan.
In het gebied liggen een aantal eeuwenoude dorpen waarvan de meeste zijn ontstaan in de vroege middeleeuwen. De mensen die in dit gebied wonen zijn altijd een eigen weg gegaan en hebben de dingen gedaan zoals ze zelf hadden besloten. Ze zijn trots op hun landschap van houtwallen, elzensingels en pingoruïnes en dat feit heeft ertoe geleid dat veel van deze landschapselementen in dit gebied zijn behouden. Dit landschap is sinds het ontstaan in de middeleeuwen praktisch onveranderd. De elzensingels en dijkswallen zijn in de middeleeuwen aangelegd als bescherming tegen de wind en erosie maar ook als afbakening voor het vee.

Mieden

De lagere gebieden zijn de mieden gebieden. Het zijn de vroegere hooilanden. De mieden liggen hoofdzakelijk rond het gebied dat aangemerkt is als nationaal landschap. Deze miedengebieden kenmerken zich door een rijke vegetatie van weidebloemen en kruidachtige planten. Het zijn open gebieden waar weidevogels zoals de kievit, grutto, tureluur en wulp jaarlijks broeden. Een ander landschappelijk element zijn de vele pingoruïnes. Het zijn overblijfselen uit de Weichsel-ijstijd. Ze ontstonden doordat duizenden jaren achtereen opborrelend grondwater onder het oppervlakte lenzen vormde. Door een proces van het bevriezen en ontdooien van de ijslenzen gedurende lange tijd werden de lenzen steeds groter. Toen ongeveer 15.000 jaar geleden een warmere periode aanbrak smolten de grote ijslenzen en lieten overal in het gebied kleine meertjes achter. Die meertjes zijn de pingoruïnes en zij gelden als de pareltjes van het nationaal landschap.

Hooilandengebied

Het grote miedengebied (hooilandengebied) tussen Kootstertille, Twijzel en Buitenpost is een restant van de delta van een vroegere smeltrivier van meer dan 100.000 jaar geleden. Deze smeltrivier met de naam de Oude Ried heeft gedurende duizenden jaren gediend als afwateringsrivier vanaf de hoge zandgronden rond Drogeham naar het Lauwersmeer. Door de vorming van veen rond de jaartelling en veel overstromingen vanuit zee is het gebied gevormd. Het natte miedengebied werd door boeren in cultuur gebracht en gebruikt als hooiland. Nadat ten zuiden van het gebied een nieuw kanaal was gegraven verviel de afwateringsfunctie van de Oude Ried. Tegenwoordig is het gebied voor een groot deel in handen van Staatsbosbeheer die het gebied weer heeft ingericht als natuurgebied. In het miedengebied komen zeldzame blauwgrassen en zeldzame amfibieën voor zoals onder andere de ringslang en de watersalamander.

Buitenpost

Het dorp Buitenpost ontstond in de middeleeuwen aan de oevers van de rivier de Oude Ried. Voordat Buitenpost als dorp ontstond lag er in de kromming van de rivier een nog ouder dorp met een kerk, Lutjepost geheten. Dit dorp bestond uit een aantal boerderijen en een paar huizen. Bij de aanleg van een nieuwe dijk als bescherming tegen het water werd ten noorden van Lutjepost een kamp aangelegd waarin de mensen die werkten aan de aanleg van deze dijk werden gehuisvest. Na de aanleg van de dijk rond 1200 bleven de mensen op die plaats genaamd de Utpost wonen. Het is vrij zeker dat ook Lutjepost naar het noorden is opgeschoven door vernatting van het gebied en dat de bewoners zich in de Utpost vestigden. Utpost betekent eigenlijk Buitenpost en dat is de naam die het huidige dorp nog steeds draagt. De grote kerk in het dorp getuigt van een rijk verleden en dat is ook in de geschiedenis terug te vinden. De Friese adel vestigde zich in de middeleeuwen in Buitenpost en bouwde daar een aantal grote states. Van dit rijke verleden is aan gebouwen weinig terug te vinden. Alleen de namen Boelens, Herbranda en Haersmahiem herinneren nog aan de adellijke families. In de grote kerk in Buitenpost zijn de rouwborden een teken van die adellijke families en in Buitenpost domineert Nijenstein nog het centrum. Nijenstein werd door de familie Haersma de With in de 18e eeuw gebouwd.

De Friese Wouden

Het mooiste stukje Drenthe in Friesland’ noemen de Drenten De Friese Wouden gekscherend. Kleinschalige landschappen met mooie bossen, houtwallen, heideveldjes, graslanden en kronkelende beken wisselen elkaar af. En er is hier van alles te doen. Je vindt in de Friese wouden onder meer wandelroutes, een speelbos en spartelvijver.